DSAEK

Maandag ben ik eindelijk aan mijn linkeroog geopereerd. Nu, vier dagen later, zit ik in de tuin en doe mijn rechteroog dicht …
De afgelopen dagen lag ik op mijn rug naar het plafond te staren, zodat een luchtbel het ingebrachte donorvliesje op zijn plaats zou houden. De luchtbel zorgde voor een nog dichtere mist dan ik al kende. Maar gisteren begon hij te floepen. Als ik overeind kwam floepte hij weg, ging ik liggen floepte hij terug. Toch bleef het mistig en de twijfel sloeg toe.
Nu zit ik buiten en doe mijn rechteroog dicht …
Het gras blijft vrolijk groen, de lavendel intens paars en de lucht heerlijk blauw! Zelfs de merel fluit helderder dan gisteren.
Niet meer dan 5% van mijn eigen hoornvlies is vervangen door dat van een donor. Ik zie nog helemaal niet scherp, maar dankzij deze minimale ingreep is mijn wereld weer kleurrijk en vrolijk.
Ik ben blij en zou willen, dat mijn donor dat weet.

Deze winter ga je dood

Wie ben jij? Weet je dat je niet lang meer zult leven?

Ben je dat kleine meisje met de mooie blauwe broek en het felgekleurde ski-jack? Warme laarsjes heb je aan je voeten, fijne wanten heb je ook. Je bent zo lekker aan het schommelen. Iedere keer dat je naar voren zwaait, wapperen je lange blonde haren achter je aan. Blij dat je van mamma naar buiten mocht, ook al is het zo koud. Binnen verveelde je je maar. Je hebt een blos op je wangen van het harde schommelen. De lucht is blauw en boven in de boom zie je een vogeltje zitten. Je gaat hoger en hoger. Je wilt zo dicht mogelijk bij het vogeltje komen. Je wordt een beetje boos als dat niet lukt. ‘Eerst denken dan doen’, mamma zegt het zo vaak. Toch laat je de touwen los, achter je zwaait de schommel weer naar beneden.

Of ben je die man daar met zijn groene Kawasaki op de bochtige dijk? Toen je vanmorgen uit het raam keek, smeekte de stralende zon je om naar buiten te komen. Je bent niet aan het werk gegaan, even wat afstand nemen kon geen kwaad. Over de snelweg hierheen heb je hard gereden, je gedachten nog bij je een lastig project. Ondanks je warme motorkleding en je thermo-ondergoed was het koud. Nu op de dijk rijd je rustiger. Het zware gevoel in je hoofd verdwijnt, net als de kou. Soepel neem je de bochten, schakelt terug en weer op. De rivier dampt, de zon staat laag. De felrode pijlen op de betonblokken die de wegversmalling aangeven, zie je te laat.

Liever heb ik, dat je die dame van achtentachtig bent, wiens ogen al zoveel zagen. Je ligt in bed in je eigen fijne slaapkamer. Het is er lekker warm, de gordijnen zijn dicht. Ontspannen laat je je terugzakken in de kussens. Je dochters en zoon zitten bij je, ze zien niet hoe moe je bent. Voldaan voel je je. Zoveel gedaan, zoveel gezien in je leven. Je kinderen groeiden op tot het fijne drietal dat nu zo liefdevol naar je kijkt. Soms zou je willen dat je in deze tijd jong had mogen zijn, ben je jaloers op de mogelijkheden voor je kleinkinderen. Maar aan de andere kant; ‘Volgende keer kom ik sneller hoor oma’, het klinkt gemeend, jouw rustige gezelschap doet ze goed, maar ze hebben geen tijd voor dat trage tevreden zijn.

Je droomt weg naar de reizen met je man, Brazilië, Kenia, IJsland. Oh, wat mis je het gevoel van samen onderweg zijn. Het ouder worden was niet zo erg zolang jullie samen waren, dingen werden moeilijker, maar jullie vulden elkaar goed aan. Sinds je man er niet meer is, heb je steeds meer hulp moeten accepteren. De rolstoel is je teveel, het is genoeg geweest.

Ik weet niet wie je bent, wel dat je deze winter dood gaat. Ik weet niet of je al als donor geregistreerd staat. Ik weet niet of je alleen weefsels doneert of ook je organen. Ik weet wel dat binnen vierentwintig uur na jouw overlijden een team van deskundigen in een steriele operatiekamer, in een kille obductiekamer of een koud mortuarium, een half uur bezig zal zijn met het verwijderen van je oogbollen en het plaatsen van prothesen. Je oogleden zullen weer gesloten worden. Je wordt zonder vertraging begraven of gecremeerd. Niemand hoeft het te weten.

Minstens één van jouw hoornvliezen komt binnen vier weken na jouw overlijden in het Oogziekenhuis in Rotterdam terecht. Nadat het nog een keer zorgvuldig is nagekeken, wordt het zo geprepareerd dat er een heel dun vliesje overblijft. Dat vliesje van jou zal de komende tien à vijftien jaar mijn leven weer kleur geven. Bedankt, ik zal er zuinig op zijn

.